Wi-Fi-netwerkinstellingen

Meestal hoeft u de instellingen voor een Wi-Fi-netwerk niet te wijzigen, maar soms moet u de instellingen wijzigen als u problemen hebt met de verbinding of handmatig verbinding moet maken.

De instellingen die beschikbaar zijn voor elk Wi-Fi-netwerk zijn afhankelijk van het type netwerk waarmee u verbinding wilt maken. Raadpleeg deze bronnen voor meer informatie over de verschillende instellingen. Thuisnetwerk: de informatie die bij uw draadloze router werd geleverd. Zakelijk Wi-Fi-netwerk: neem contact op met uw beheerder. Hotspot: raadpleeg alle informatie die beschikbaar is over de hotspot of vraag een medewerker om meer informatie.

Profielnaam
Voer de naam in die u wilt toevoegen aan de lijst met opgeslagen Wi-Fi-netwerken.
SSID
De SSID is de naam waaraan het netwerk is te herkennen. Dit veld wordt meestal automatisch ingevuld, maar als het Wi-Fi-netwerk is verborgen, moet u de SSID invoeren om verbinding te maken.
Beveiligingstype
Stel het beveiligingstype in dat het Wi-Fi-netwerk gebruikt.
Wachtwoord
Als het Wi-Fi-netwerk met een wachtwoord is beveiligd, voert u het wachtwoord in.
VPN-profielen
Als u een VPN-profiel wilt gebruiken om verbinding te maken met het netwerk, selecteert u het gewenste profiel.
Bandtype
Selecteer het bandtype dat het netwerk gebruikt.
IP-adres automatisch verkrijgen
In de meeste gevallen moet deze optie ingeschakeld blijven, maar als u handmatig een IP-adres voor uw BlackBerry-toestel moet opgeven, schuift u deze schakelaar naar UIT en kunt u een IP-adres invoeren.
IPv6 inschakelen
Geef aan of het netwerk gebruikmaakt van het IPv6-protocol.
Proxy gebruiken
Schuif deze schakelaar naar AAN als u verbinding wilt maken met een proxyserver. Wanneer u deze instelling selecteert, worden extra instellingen weergegeven. Raadpleeg de gegevens over de proxyserver voor meer informatie over welke instellingen u moet gebruiken.
Overdracht tussen toegangspunten toestaan
Dit is alleen van toepassing als het netwerk meerdere toegangspunten heeft. Stel in of het toestel verbonden moet blijven als u van toegangspunt wisselt.