Afhankelijk van de invoertaal die u gebruikt, zijn bepaalde sneltoetsen mogelijk niet beschikbaar.
|
Een punt invoegen (.) |
Druk twee keer op de toets |
|
Een apenstaartje (@) of een punt (.) invoegen in een e-mailadres |
Druk op de toets |
|
Hoofdletter invoeren |
Houd de lettertoets ingedrukt tot de hoofdletter wordt weergegeven. |
|
Hoofdlettervergrendeling inschakelen |
Druk op de toets |
|
Een symbool typen |
Druk op de toets |
|
Het andere teken invoeren dat op een toets staat |
Druk op de toets |
|
Een accent of speciaal teken typen |
Houd de lettertoets ingedrukt en schuif uw vinger op het trackpad naar links of rechts. U kunt bijvoorbeeld een ü typen door U ingedrukt te houden en met uw vinger naar links te schuiven tot ü wordt weergegeven. Laat de lettertoets los als het teken met een accent of een speciaal teken wordt weergegeven. |
|
Een nummer typen in een tekstveld |
Houd de |
|
Een nummer typen in een nummerveld |
Druk op een nummertoets. U hoeft niet te drukken op de toets |
|
Nummervergrendeling inschakelen |
Druk op de toets |
|
Een regel tekst markeren |
Druk op de linker- of rechtertoets
|
|
Tekst teken voor teken selecteren |
Druk op de linker- of rechtertoets
|
|
Gemarkeerde tekst knippen |
Druk op de linker- of rechtertoets
|
|
Gemarkeerde tekst kopiëren |
Druk op de toets |
|
Tekst plakken |
Druk op de linker- of rechtertoets
|