Java-omgevingsvariabelen instellen

Vóór u begint: Controleer of u de 32-bits versie van de Java SE Development Kit (JDK) uitvoert.
  1. Open in Windows het dialoogvenster Environment Variables.
  2. Stel de omgevingsvariabele JAVA_HOME in op de directory waar u de JDK hebt geïnstalleerd, bijvoorbeeld: C:\Program Files\Java\jdk1.6.0_24. In 64-bits edities van Windows is het standaardpad C:\Program Files(x86)\Java\jdk1.6.0_24.
  3. In de omgevingsvariabele PATH voegt u %JAVA_HOME%\bin; toe aan het begin van de tekenreeks.
  4. Klik OK om op te slaan en het dialoogvenster Environment Variables te sluiten.
  5. Controleer of uw omgevingsvariabelen correct zijn ingesteld.
    1. Open een opdrachtregel.
    2. Typ java -version en controleer of de Java-versie dezelfde is als de versie die u in de omgevingsvariabele hebt ingesteld:
      java version "1.6.0_24"
      Java(TM) SE Runtime Environment (build 1.6.0_24-b07)
      Java HotSpot(TM) Client VM (build 19.1-b02, mixed mode, sharing)
      

Was deze informatie nuttig? Stuur ons uw opmerkingen.